vrijdag 17 februari 2012

HEETEN

Elk weekend neem ik met mijn lief een retourtje Heeten. Niet met de buurtbus, maar gewoon met de benenwagen.
Vanuit Raalte-Zuid rennen we naar de Veldkampsbrug. Daar keren we om en slaan de Oosterenkstraat in. Via de lamaboerderij huppelen we dan richting begraafplaats De Pleegste. Het laatste stukje gaat over het fietspad parallel aan de Overkampsweg, op naar de rotonde. Dan nog een sprintje, bijna thuis.

Vanaf het moment dat ik in Raalte woon heb ik een zwak voor de huisjes bij de Veldkampsbrug. Ik vind het een wonderlijk punt waar vele wegen samenkomen. Eén van die mooie plekjes aan het Overijssels Kanaal. Ik zou er zo willen wonen … natuurlijk met mijn lief en met al onze zeven kinderen. Het retourtje Heeten is dan overbodig. Maar we nemen vast wel eens de buurtbus naar Raalte. Die draait dan vast en zeker op volle toeren.


Huis aan de Weseperweg in Heeten

Het eerste stuk tot aan de Derksbrug
schiet er van alles door mijn hoofd.
Alledaagse beslommeringen komen
zonder samenhang of doel voorbij.
Dit is blijkbaar wat mij bezighoudt.

Maar verderop over het karrenspoor
langs het kanaal, wanneer ik ademhaal
in het ritme van mijn benen, en mijn schoenen
naar oneffenheden speuren, dan voel ik
dat ik ren. Niets anders doet er toe.

Mijn ogen gaan intussen voor mij uit,
zien voor elke bocht het volgend uitzicht al.
Ook de toekomst ligt niet meer verscholen:
In de verte staat het huis waar ik ooit wonen zal.
Jij lapt de ramen, ik doe de tuin, of andersom.

woensdag 4 januari 2012

JAARTELLING

ik nam mij voor de tijd te tellen:
één jaar lang minutieus
ruim dertig miljoen seconden

toen het leven even tegenzat
leek het tellen kinderspel.
de tijd vertraagde. uit mijn mond
rolden de cijfers één voor één.

de wijzers lopen de getallen langs
ook nu het geluk mij opzoekt.
tijd vergeten is ultiem genot.

dinsdag 20 december 2011

Nieuw Heeten

Jozef

In de kersttijd gaan mijn gedachten vaak uit naar Jozef. En waar kun je dan als dorpsdichter beter over schrijven dan over Nieuw Heeten.

In dit Sallandse dorpje ademt alles Jozef: de Jozefschool, de Jozefkerk, het Timmermanshuis, de Ambachtstraat. En Jozef blijkt niet alleen van de oude ambachten. Nee, ook als er sprake is van moderne techniek staat Nieuw Heeten vooraan: het eerste dorp in de gemeente Raalte dat verzekerd is van aanleg van de glasvezelkabel.

Maar wie was Jozef nu echt en zou hij werkelijk trots zijn dat hij om zijn technisch inzicht en zijn timmermanskunst uitgeroepen is tot beschermheilige van de ambachtman? Misschien zou hij sommige straten en gebouwen wel een andere naam geven … Op Nieuw Heeten.



Nieuw Heeten

Nadat ik Jozef was geworden en
bij Maria bleef, omdat zij zwanger was,
raakte ik niet aan de drank.
Het had gekund, het viel mij zwaar
die vaderlijke plichten met
die zoon die alsmaar uit de pas liep.

Het viel mij zwaar dat ie in niets op mij leek,
altijd maar sprak, alleen maar sprak
en dat ie twee linkerhanden had.
Een beetje eerbied voor zijn aardse vader
en wat ontzag voor hamer en het hout:
de kribbe in de stal en het kruis van Gogoltha

Het valt mij zwaar dat ik geroemd word
om mijn technisch vakmanschap
en dat mijn naam daarom vermeld staat
op kerk en school en buurtgebouw,
terwijl het enige dat er echt toe deed
is dat ik bij Maria bleef, omdat zij zwanger was.





Gert Katerberg
Dorpsdichter van Raalte
http://gertkaterberg.blogspot.com

woensdag 14 december 2011

Raalte, K*tgehucht?

Stel je even voor: Zo'n jonge glasvezelvertegenwoordiger, je weet wel zo iemand die tegenover de Aldi ons dorp probeert op te stuwen in de vaart der volkeren. Zo'n jongen kwebbelt en krabbelt en twittert er lustig op los. Bijvoorbeeld dat-ie binnenkort voor zijn theorieexamen moet en dat-ie Raalte een k*tgehucht vindt.

Is dit nieuws?

Wel volgens een beroemde columnist van De Stentor. Raalte, een k*tgehucht? Daar voelt iemand zich op zijn pik getrap. Onze journalist fileert deze 18-jarige tot op het bot, heeft het over brainscheten en dat deze wel heel erg stinkt. Onze strenge krantenman vindt Raalte helemaal niet saai. Als spannende voorbeelden noemt hij de uit de handgelopen soapstory van de Flierefluiter en de rioolperikelen in ons avontuurljke dorpje. Aha, kijk daarmee overtuig je de mensheid en al helemaal jongeren uit het westen die nooit kranten lezen en Raalte maar een k*tgehucht noemen.

Dit stinkt naar meer!

woensdag 9 november 2011

de wandelaar

Misschien heeft u dat ook wel. Zomaar een persoon die je vaak ziet, niet kent en je hoofd op hol brengt. Niet uit verliefdheid, maar uit nieuwsgierigheid: Wat is dat voor iemand, waar woont hij wat doet hij voor werk? Wat houdt hem bezig? Als deze vragen opgehelderd worden, verdwijnt zo iemand vanzelf weer uit je gedachten. Wanneer dat niet gebeurd en, in tegendeel, de vragen in aantal toenemen, blijft die persoon in je hoofd rondspoken. Bij mij wel tenminste.
Ruim twintig jaar geleden: Ik studeerde in Kampen. Met enige regelmaat liep een onbekende man voor mijn huis: een (afgeschminkte) clown. Hoe de associatie tussen clown en deze brave burger tot stand gekomen is, weet ik niet meer precies. Maar in no-time fantaseerde ik een heel clownsleven bij elkaar en projecteerde dit op deze man.
In Amsterdam, waar ik in de jaren 90 woonde, fietste ‘de zanger’ door de straat. Hij passeerde steevast luid zingend mijn appartement. Ook toen ontstond in een aantal maanden een gefingeerde biografie.
En nu in Raalte is daar ‘de wandelaar’. Ik heb het idee dat ik hem inmiddels al aardig goed ken. En dat terwijl alle eigenschappen die ik hem toedicht in mijn eigen brein zijn ontstaan. Elke gelijkenis met de realiteit zal daarom wel op toeval berusten. Al is dat voor mij moeilijk voor te stellen.


De wandelaar

Hij loopt dagelijks door ons dorp
en lijkt altijd onderweg.
Wat om hem heen is, wijkt.
Hij schudt de mensen van zich af.

Zijn ogen zeggen meer
dan zijn mond ooit heeft gesproken.
De glazen van zijn bril vergroten
wat hij wandelend vergeten wil.

Volhardend maar tevergeefs.
Zo verloopt zijn leven.
Hij heeft geen vragen nodig.
Antwoorden doen er niet meer toe.

En hoe het kan, dat alleen ik hem zie,
Steeds weer, steeds vaker, ik begrijp het niet.

woensdag 19 oktober 2011

Heldenmoed

Ben je dapper als je alles durft
En als je alles kan?
Ben je moedig als je nergens
Bang voor bent?

Ik klim in de hoogste bomen
En spring dan zonder angst
Gewoon weer op de grond.
Ik voel geen pijn.

Ik houd mijn spreekbeurt
En alles wat ik zeg
Komt vloeiend uit mijn mond
Zonder blikken zonder blozen.

Ik ben ontzettend populair.
Dat is bij iedereen bekend
Ik sta altijd in het middelpunt.
Dat is nu eenmaal zo.

Maar toen Fred Molema uit groep 6
Weer door die jongens werd gepest,
Draaide ik mij toch even weg.
Heel even maar. Net lang genoeg.

Voorgedragen op woensdag 12 oktober 2011 op Daltonschool De Ieme in Raalte in het kader van de knderboekenweek . Het thema van de kinderboekenweek was 'Superhelden'.

woensdag 21 september 2011

Geen Alp d’Huez

Oké, ik geef het toe. Ook mijn fantasie sloeg op hol toen columnist Thijs Zonneveld met het idee op de proppen kwam om in Nederland een berg te bouwen. Twee kilometer hoog. Met minder nemen we geen genoegen. Een prachtig idee om in de komkommertijd je grijze cellen mee op te vrolijken. Maar zoals het wel vaker gaat met torens van Babel, wanneer het luchtfietsen voorbij is en de wetten van de zwaartekracht weer hun werk doen, blijft er van dergelijke proefballonnetjes maar weinig over.
Een fietstochtje over de Luttenberg in de regen en de storm zet je dan weer met beide benen op grond. Dat past ook bij het dorp: Doe maar gewoon. Niet uit bekrompenheid, zo is mijn indruk. Maar meer omdat wat je ook doet en wie je ook bent hier niets uitmaakt. Laat de Roalter wind maar waaien, laten de plannenmakers hun werk maar doen. De Luttenbergers regelen hun eigen zaakjes op hun eigen manier.  


De Luttenberg

Nederland ontwaakt uit haar komkommertijd.
Oneindig laagland is de werkelijkheid.
Geen tweede Alp d’Huez, geen Mont Ventoux.
Ook de herfst slaat onverbiddelijk toe.

Ik fiets in een flauwe bocht omhoog.
M’n regenkleding houdt mij droog.
En de hinder die ik ondervind
is niet de klim, slechts tegenwind.

Luttenbergse heroïek is maar betrekkelijk.
En dat is juist aantrekkelijk.
De imitatiegrot waarin Maria huist,
geen grote berg, maar kleine puist,

museum Laarman aan mijn rechterzij.
Alle hoogmoed fiets ik nu voorbij,
want hierboven heeft de Roalter wind
geen vat op wat men voelt en vindt.