woensdag 28 november 2012

Lierderholthuis

Met het onderstaande gedicht Tijl heb ik alle Raalter dorpen in poëtische zin aangedaan. In Lierderholthuis staat een prachtig beeld van Tijl Uilenspiegel, gemaakt door Frans Stoopman. Het gerucht gaat dat Tijl Uylenspiegel Lierderholhuis op één van zijn vele rondzwervingen heeft bezocht. Het beeld laat zien dat Tijl een bankje optilt, dat aan één kant poten mist. Hij moet het daarom vasthouden. Hierdoor lukt het hem niet zijn narrenkap te pakken, die iets verderop ligt. Uilenspiegel wil hulp van de bezoeker aan het dorp en wijst naar zijn narrenkap. Een spreuk bij het beeld wijst de omstander erop dat hij zich wel twee keer moet bedenken voor hij de muts, met lange punten en belletjes, aan Uilenspiegel zal geven. Tijl staat namelijk bekend om zijn streken, waarmee hij alles op de kop zet. In het gedicht vraag ik mij af of dat wel zo erg. Een beetje verwarring op zijn tijd. Gemorrel aan de zekerheden. Iedere tijd kan bij tijd en wijle wel een Tijl gebruiken.


Tijl

Alstublieft, heb meelij met deze zot.
Daar op het bankje ligt mijn narrenkap
Klaar voor mijn allerlaatste grap.

De sprekende kleuren van mijn muts
Krijgen straks het zwijgen opgelegd.
De belletjes hangen nu al krachteloos en stil.

Reik mij mijn kolderieke kroon:
Nog een keer de wereld op zijn kop,
Zodat het leven niet meer klopt:

De rede geeft het woord aan klunzen.
Buig voor prutsers, kniel voor sukkels.
En heb eerbied voor hetgeen mislukt.
Ode aan de onzin, geef de treuzelaar de tijd
Dan is het nooit te laat, nooit verkeerd.

Kan het nu en mag het hier?





woensdag 10 oktober 2012

Dit alles is van ons

Ik heb een hekel aan gelegenheidsgedichten. Gelegenheidsgedichten hebben vaak betrekking op die ene gebeurtenis van dat moment en hebben daarom een vluchtig karakter. Dat staat mij tegen.

In dit gedicht ter gelegenheid van de heropening van het Raalterse Kulturhus heb ik geprobeerd om het gedicht zo te schrijven dat het niet alleen betrekking heeft op die ene situatie. Ik was er zelf wel mee in mijn nopjes. Ik heb tijdens het voordragen vanochtend vooral genoten van het Droste-effect ... een toespraak in een toespraak.

Ik ontdek dat ik in mijn laatste gedichten aan het goochelen ben met tijd door het verleden te projecteren in het heden en andersom. Dit tijdreizen geeft mijzelf een heerlijk vrij gevoel.




                                       Dit alles is van ons

Wacht op mij.
Ga naast mij staan,
Dan gaan we straks
tegelijkertijd
stap voor stap
naar binnen.

Wij schrijden dan
Net zoals ik ooit
met mijn jongste zus
heel deftig en rechtop
ons paleis binnenging:

We dachten dat er ruimte
genoeg zou zijn voor ons,
voor de mensen, voor iedereen.
De hele buurt mocht komen,
Want er was een grote zaal
Met hoge boekenkasten,
een winkel vol cadeaus.
Eenmaal moegelezen, moegespeeld
was er warme chocolademelk
met cake of krentenbrood.
En dan mocht ik een toespraak houden:

‘Het maakt niet uit
Wat ze zeggen,
de mensen die het
Voor het zeggen hebben:
Dit alles is van ons.

Wacht op mij.
Ga naast mij staan,
Dan gaan we straks
tegelijkertijd
stap voor stap
naar binnen.’



zondag 16 september 2012

Laag Zuthem


Raalte is een Rooms-katholiek bolwerk. Dat hoor je vaak. Maar na de gemeentelijke herindeling van 2001 kun je dat niet meer zeggen. Laag Zuthem is van oudsher een protestants-christelijke dorp.

In Laag Zuthem, dorp met ruim 600 inwoners, vind je maar liefst drie Gereformeerde kerken:  De Gereformeerde Kerk (PKN), De Geformeerde Kerk Vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerk. ’t Is even wennen misschien, maar ook dit is Raalte.

Opgegroeid als gereformeerd jongen voelt het eigenlijk best vertrouwd, wanneer ik in Laag Zuthem kom. Natuurlijk de tijd heeft ook hier niet stil gestaan. Het is allemaal iets minder streng. Ook al prijken al bijna honderd jaar de letters ‘School met den Bijbel’ op het schoolgebouw, de school presenteert zich inmiddels als basisschool De Linde.

‘Wakker worden in Laag Zuthem’ gaat over de grens over het verstikkende van vroeger en het nieuwe van nu. Als het even kan zonder het verlies van het vertrouwde. Ik ben de eerste om te erkennen dat dit misschien wat teveel gevraagd is en eigenlijk onmogelijk is. The best of both worlds: als het bestaat, zoek er dan naar in Laag Zuthem.



Wakker worden in Laag Zuthem

Ik ken het hier.
Het is hier nog zoals het vroeger was.
Alleen de wollen deken van ’t geloof
leunt minder zwaar over de daken.

De gordijnen zijn al wat opzij geschoven,
het raampje staat een eindje open.
Ochtendlicht kiert helder binnen
en frisse lucht verdrijft benauwdheid
die ik vroeger voelde.

Speelse tenen kijken om zich heen,
Een arm gebaart van blijf-nog-even:
Zo beschermd, zo heerlijk zacht,
zo lekker lang nog net geen dag.



maandag 10 september 2012

Geheim

Iedereen kent schaamte. Ik ook. Na verloop van tijd verdwijnen dergelijke gevoelens naar de achtergrond. Het geheugen stelt alles in het werk om te vergeten. Freud noemde dit proces verdringing. Een fantastisch mechanisme. Stel je voor dat je elk moment herinnerd wordt aan je uitglijders en je fouten. Ik moet er niet aan denken.

Helemaal vergeten is echter niet mogelijk. Er zijn gebeurtenissen of zintuiglijke ervaringen die werken als trigger. Ze brengen je direct terug in dat ogenblik..Het schaamrood staat weer letterlijk op je kaken. Je hart klopt even snel als destijds. Je beleeft het verleden in het hier-en-nu. We zeggen dan vaak dat ‘alles weer naar bovenkwam’.

Die gebeurtenissen en zintuiglijke ervaringen kunnen er trouwens ook voor zorgen dat je dagelijks geconfronteerd wordt met dat gevoel van schaamte. Het afweermechanisme van het uitwissen komt zo niet op gang.

Het gedicht ‘In de rij van bijna thuis’ gaat over een schaamtevol geheim. Niemand heeft weet van wat er is gebeurd en welke impact het gebeurde heeft gehad. Alleen een boom heeft het gezien. En juist die boom komt dagelijks op het pad van de ik-persoon. Daarom probeert hij de boom medeschuldig te maken. Tevergeefs natuurlijk, zelfs de ik-persoon begrijpt uiteindelijk dat je met het toekennen van menselijke eigenschappen aan bomen vooral jezelf voor de gek houdt.


In de rij van bijna thuis

Vlak voor Raalte, bijna thuis,
Houdt de populier alleen nog voor de vorm
de wacht bij het oude transformatorhuis.

De takken zijn tot niets in staat,
al zijn het net gespierde armen.
Ze wiegen hoogstens heen en weer bij wind.
of breken af bij harde storm.

Elke dag rijd ik schuldig langs.
Het is het geen straf, meer
een soort van ongemak.

Deze boom kon alles zien en alles horen,
maar heeft geen besef van goed en kwaad.
Daar is een boom niet voor. Alleen ik
weet dat het is geweest.

zondag 13 mei 2012

Namen op de straten

Vandaag liep ik over het fietspad voor mijn wekelijkse hardlooprondje. Aan het eind van het fietspad langs het kanaal waren er dan eindelijke de langverwachte namen van brugklassers en tweede klassers van het VMBO en praktijkonderwijs. Heerlijk dik en duidelijk aangebracht op het asfalt van het fietspad. Op Salland Centraal lees je meer over dit kunstproject, inclusief het vanzelfsprekende gemopper van onze dorpsgenoten:




Het regent namen op de straten.
De jonge letters steken helder af
tegen het vaal geworden asfalt

Fred, Simone en Chantal,
deze witte namen roepen weerstand
zoals al wat geld kost in dit gat

Het is de wet van wat kapot kan moet kapot
al is het jong en ongeschonden
en is het iets waarvan je vrolijk wordt.

dinsdag 10 april 2012

Mariënheem

Het brein is in. Eeuwenlang hebben we alleen maar kunnen gissen naar wat er in ons brein gebeurde.
Tegenwoordig zijn wetenschappers steeds beter in staat om de geheimen van hersenen te ontraadselen. In de neurobiologie kan men door gebruikmaking van scans inzoomen op het brein in actie. Geen wonder dat de laatste jaren om de haverklap publicaties verschijnen over de werking van onze hersenen.

Het is in ieder geval duidelijk dat het in onze bovenkamer een drukte van belang is. En de mijne is daarop geen uitzondering. Ik hoor er af en toe stemmen, hoor regelmatig muziek en mijn gedachten springen alle kanten op. Never a dull moment, zullen we maar zeggen.

In onderstaand dorpsgedicht gaat over de provinciale weg die Mariënheem in tweeën deelt, het lawaai van het verkeer, de drukte die dat met zich meebrengt en de moeite om van de ene naar de andere kant van het dorp te komen. Ik geef toe dat de leefbaarheid is toegenomen sinds de maximumsnelheid van 80 naar 50 kilometer per uur is teruggebracht. En natuurlijk is er al zo lang ik in Raalte woon, de fietstunnel. Maar soms denk ik: het blijft een gespleten dorp. Of zegt dat vooral iets over (het Mariënheem in) mijn hoofd.



Oversteken


In dit hoofd huist Mariënheem.
De N35 ruist er oeverloos
tussen beide hersenhelften:


De stemmen in mijn grijze cellen
schreeuwen om het hardst.
Of het alsjeblieft iets zachter mag.


Wat minder vaart, minder lawaai,
zodat ik zonder ongelukken
eindelijk de oversteek kan maken


van mijn gevoel naar mijn verstand.
De omgekeerde route heeft mij niets gebracht.
Oké, bijna niets bedoel ik dan.

donderdag 8 maart 2012

Jaap

Mijn jeugd heb ik doorgebracht in Angelslo in die tijd een moderne woonwijk in Emmen, die vooral bevolkt werd door fabrieksarbeiders en hun gezinnen.
Eén van mijn eerste vrienden was Jaap Munneke, een stoere blonde krullebol. Hij durfde dingen die niemand durfde. Het woord ‘streetwise' bestond nog niet. Maar Jaap zou het bij wijze van spreken hebben uitgevonden. Bij het afscheid van de lagere school vertelde meester Westerhof dat hij in ieder geval één jongen nooit zou vergeten. Drie maal raden wie dat was.
Ik ben Jaap ook nooit vergeten. Dat had onder andere te maken met het feit dat wij beiden als linkshandige jongens zijn begonnen in klas 1. Ik schrijf nog steeds met links en hoewel ik hem na de lagere schoolperiode nooit meer gezien heb, weet ik zeker dat hij zijn pen in de rechterhand houdt.

Jaap Munneke

Jaap zat naast mij in de eerste klas
van de Maranathaschool in Angelslo.
Zijn liefde voor juf Rozema was
van korte duur, omdat zij met rood

het eerste woordje dat hij schreef
met links, ontsierde met een rode streep.
Nooit heb ik begrepen waarom ik gespaard bleef,
want ook ik begon met de verkeerde hand.

Ze keek mij aan en lachte lief
Ik schreef verder, zij liep langzaam door.
Juf Rozema, waarom maakte u mij zo speciaal?
Jaap werd de eerste vriend die ik verloor.